• Tarieven schenkbelasting - onroerend goed mits renovatie - art. 2.8.4.3.1 VCF
Kerncijfers:

Tarieven schenkbelasting - onroerend goed mits renovatie - art. 2.8.4.3.1 VCF

01 januari 2020

Art. 2.8.4.3.1 VCF

§ 1 In afwijking van artikel 2.8.4.1.1, § 1, wordt de schenkbelasting voor schenkingen van onroerende goederen gelegen in het Vlaamse Gewest en gedaan met ingang van 1 juli 2015, berekend volgens het tarief, vermeld in de onderstaande tabellen, op voorwaarde dat:

  • 1° de begiftigden, een van hen of de schenker die zich het vruchtgebruik heeft voorbehouden, binnen vijf jaar vanaf de datum van de akte van schenking renovatiewerken laten uitvoeren aan het geschonken onroerend goed voor een totaalbedrag van minstens 10.000 euro, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, zoals blijkt uit facturen die uitgereikt zijn door aannemers van werken;
  • 2° de aannemer, vermeld in punt 1°, attesteert dat de facturen voor de renovatiewerken, vermeld in punt 1°, betrekking hebben op werken vermeld in de artikelen 6.4.1/1, 6.4.1/1/1, 6.4.1/1/2 of 6.4.1/5, § 1, van het Energiebesluit van 19 november 2010.

[tabel. I + tabel II..]

Het verschil tussen de schenkbelasting, berekend overeenkomstig de tabellen van artikel 2.8.4.1.1, § 1, en de schenkbelasting, berekend overeenkomstig de tabellen van het eerste lid, wordt teruggegeven overeenkomstig de bepalingen van artikel 3.6.0.0.6, § 1/1. Het abattement toegepast overeenkomstig artikel 2.8.3.0.4 en de vermindering verleend overeenkomstig artikel 2.8.5.0.1 blijft in dat geval behouden.

§ 2 In afwijking van artikel 2.8.4.1.1, § 1, wordt de schenkbelasting voor schenkingen van onroerende goederen gelegen in het Vlaamse Gewest 2[en gedaan met ingang van 1 juli 2015, berekend volgens het tarief, vermeld in paragraaf 1, op voorwaarde dat de begiftigden of een van hen, binnen een termijn van drie jaar vanaf de datum van de akte van schenking het conformiteitsattest, vermeld in titel III, hoofdstuk II, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, en een geregistreerde huurovereenkomst voor het geschonken goed met een minimumduur van negen jaar, beiden daterend van na de datum van de akte van schenking, voorlegt. Noch de schenker, noch de begiftigden of een van hen mogen in de geregistreerde huurovereenkomst als huurder optreden.

Het verschil tussen de schenkbelasting, berekend overeenkomstig de tabellen van artikel 2.8.4.1.1, § 1, en de schenkbelasting, berekend overeenkomstig het eerste lid, wordt teruggegeven overeenkomstig de bepalingen van artikel 3.6.0.0.6, § 1/2. Het abattement toegepast overeenkomstig artikel 2.8.3.0.4 en de vermindering verleend overeenkomstig artikel 2.8.5.0.1 blijft in dat geval behouden.

Het teruggegeven bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt teruggevorderd als de begiftigden geen effectieve verhuring van negen jaar kunnen aantonen. De begiftigden moeten de voortijdige beëindiging van de geregistreerde huurovereenkomst melden bij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie 3[binnen een termijn van vier maanden vanaf de beëindiging]3. Om de terugvordering te vermijden, moeten de begiftigden bovendien binnen een termijn van zes maanden na deze beëindiging een nieuwe geregistreerde huurovereenkomst, alsmede een conformiteitsattest, voor het geschonken goed voorleggen.

Bij niet-nakoming van de verbintenissen, vermeld in het derde lid, zijn de begiftigden elk gehouden tot betaling van de teruggegeven schenkbelasting over hun eigen aandeel in de schenking. De teruggegeven schenkbelasting is niet verschuldigd als de niet-nakoming van de aangegane verbintenis het gevolg is van overmacht.

 

§ 3 In afwijking van artikel 2.8.4.1.1, § 3, bedraagt het tarief van de schenkbelasting 3 % voor een schenking van een onroerend goed gelegen in het Vlaamse Gewest als de begiftigde voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid van hetzij paragraaf 1, hetzij paragraaf 2.

Het verschil tussen de schenkbelasting, berekend overeenkomstig het artikel 2.8.4.1.1, § 3, en de schenkbelasting, berekend overeenkomstig het eerste lid, wordt teruggegeven overeenkomstig de bepalingen van artikel 3.6.0.0.6, § 1/1, of § 1/2.

 

§ 4 Als in dezelfde akte of in een andere akte van dezelfde datum naast het goed waarvoor de teruggave overeenkomstig paragraaf 1 of paragraaf 2 wordt gevraagd, nog andere onroerende goederen werden geschonken, wordt de schenking van het goed waarop de teruggave betrekking heeft, geacht vóór de schenking van de andere goederen geregistreerd te zijn of verplicht registreerbaar te zijn geworden.

 

§ 5 In geval van een aan een opschortende voorwaarde onderworpen schenking wordt voor de toepassing van dit artikel de datum van de vervulling van de voorwaarde in de plaats gesteld van de datum van de akte.

 

Terug naar overzicht Kerncijfers Vlaams Gewest