• Tarief schenkingsrechten - roerend/onroerend goed aan vzw/stichting - Art. 140 Br.W.Reg.
Kerncijfers:

Tarief schenkingsrechten - roerend/onroerend goed aan vzw/stichting - Art. 140 Br.W.Reg.

01 januari 2020

Art. 140 Br.W.Reg.

De bij artikel 131 vastgestelde rechten worden beperkt tot:

1° 6,6 % voor schenkingen aan gemeenten gelegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en hun openbare instellingen, aan de door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij erkende maatschappijen, aan de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, aan de intercommunales van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en aan stichtingen van openbaar nut;

2° 7 % voor de schenkingen, inclusief inbrengen om niet, van onroerende goederen aan verenigingen zonder winstoogmerk, aan ziekenfondsen en landsbonden van ziekenfondsen, aan beroepsverenigingen, aan internationale verenigingen zonder winstoogmerk en aan private stichtingen;

3° 100 EUR voor schenkingen, inclusief inbrengen om niet, gedaan aan stichtingen van openbaar nut of aan rechtspersonen bedoeld in 2°, zo de schenker zelf een dezer stichtingen of rechtspersonen is;

4° 1,10 % voor de schenkingen met inbegrip van de inbrengen om niet, gedaan door de gemeenten aan de pensioenfondsen die zij onder de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk hebben opgericht in uitvoering van een door de voogdijoverheid goedgekeurd saneringsplan.]10

De verlagingen vermeld sub 1°, 2° en 3°, zijn ook toepasselijk op gelijkaardige rechtspersonen die opgericht zijn volgens en onderworpen zijn aan de wetgeving van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en die bovendien hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte hebben.

 

Wetshistoriek

Lid 1 vervangen bij art. 8 Ord. Br. H. R. 24 februari 2005 (B.S., 9 maart 2005 (eerste uitg.), err., B.S., 15 maart 2005), met ingang van 9 maart 2005 (art. 9).

Lid 2 vervangen bij art. 3 Ord.Br. 16 december 2011 (BS 2 februari 2012 (ed. 1)).

Voorgeschiedenis

Lid 1:

– 1° vervangen bij art. 4 W. 12 september 1957 (B.S., 3 oktober 1957), gewijzigd bij art. 4 K.B. 27 juli 1961 (B.S., 18 augustus 1961), bij art. 55 W. 22 juli 1970 (B.S., 4 september 1970) en bij art. 161 W. 22 december 1989 (B.S., 29 december 1989), met ingang van 1 januari 1990 (art. 244);

– 2° gewijzigd bij art. 4 K.B. 27 juli 1961 (B.S., 18 augustus 1961);

– 3° ingevoegd bij art. 1 W. 12 april 1957 (B.S., 20 april 1957), gewijzigd bij art. 4 K.B. 27 juli 1961 (B.S., 18 augustus 1961), bij art. 43, a) W. 2 mei 2002 (B.S., 11 december 2002), met ingang van 1 juli 2003 (art. 4 K.B. 2 april 2003 (B.S., 6 juni 2003 (eerste uitg.))), zelf vernietigd bij arrest Arbitragehof nr. 45/2004, 17 maart 2004 (B.S., 5 april 2004 (eerste uitg.)), met handhaving van de gevolgen van de vernietigde bepaling tot de inwerkingtreding van bepalingen waarbij de gewestwetgevers een ander registratierecht hebben of zullen hebben vastgesteld voor de inbrengen om niet aan private stichtingen en stichtingen van openbaar nut of aan rechtspersonen als bedoeld in artikel 140, eerste lid, 2°, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, indien de inbrenger zelf een stichting van openbaar nut of een dezer rechtspersonen is;

– 3°bis ingevoegd bij art. 43, a) W. 2 mei 2002 (B.S., 11 december 2002), met ingang van 1 juli 2003 (art. 4 K.B. 2 april 2003 (B.S., 6 juni 2003 (eerste uitg.))), zelf vernietigd bij arrest Arbitragehof nr. 45/2004, 17 maart 2004 (B.S., 5 april 2004 (eerste uitg.)), met handhaving van de gevolgen van de vernietigde bepaling tot de inwerkingtreding van bepalingen waarbij de gewestwetgevers een ander registratierecht hebben of zullen hebben vastgesteld voor de inbrengen om niet aan private stichtingen en stichtingen van openbaar nut of aan rechtspersonen als bedoeld in artikel 140, eerste lid, 2°, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, indien de inbrenger zelf een stichting van openbaar nut of een dezer rechtspersonen is;

– 4° ingevoegd bij art. 13 W. 20 juli 1990 (B.S., 1 augustus 1990).

Lid 2 vervangen bij art. 2 Ord. Br. H. R. 29 april 2004 (B.S., 1 juni 2004 (eerste uitg.)), met ingang van 1 juni 2004 (art. 3).

 

Terug naar overzicht 'Fiscale kerncijfers Brussels Hoofdstedelijk Gewest'