|
Bron: Bericht van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, B.S., 22 november 2011. Diverse bepalingen van de wet op de arbeidsovereenkomsten van 3 juli 1978 voorzien in loongrenzen welke elk jaar worden geïndexeerd zoals bepaald in artikel 131, 2de lid van diezelfde arbeidsovereenkomstenwet. De basis hiervoor is de evolutie van het algemene indexcijfer van de conventionele lonen voor bedienden van het derde trimester. De nieuwe bedragen treden in werking vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op hun aanpassing, zodat de nieuwe bedragen bijgevolg van toepassing zijn vanaf 1 januari 2012. Basisbedragen loongrenzen | Geïndexeerde bedragen | vanaf 1 januari 2011 | vanaf 1 januari 2012 | 16.100 EUR | 30.535 EUR | 31.467 EUR | 19.300 EUR | 36.604 EUR | 37.721 EUR | 32.200 EUR | 61.071 EUR | 62.934 EUR |
Hierna volgt een overzicht van de gevolgen van deze aanpassing op sommige bepalingen van de arbeidsovereenkomstenwet, telkens met vermelding van de bedragen van toepassing vanaf 1 januari 2012. Onder het jaarloon wordt verstaan, het maandelijks brutoloon, herberekend op jaarbasis (= het bruto maandloon x 12). Hieraan worden toegevoegd: het dubbel vakantiegeld, de eindejaarspremie en alle voordelen die krachtens de arbeidsovereenkomst worden verkregen, evenals het variabel loon. 1. Proefperiode bedienden (Bron: art. 67, § 2 arbeidsovereenkomstenwet) De maximale proeftermijn bedraagt 6 of 12 maanden voor bedienden met een jaarloon voor het eerste jaar van tewerkstelling van respectievelijk ten hoogste of meer dan 37.721 EUR. 2. Scheidsrechtelijk beding (Bron: art. 13 en 69 arbeidsovereenkomstenwet) Vooraf overeenkomen om scheidsrechters de bevoegdheid te geven om te oordelen over geschillen is niet toegelaten, behalve voor een bijzondere categorie van bedienden met een jaarloon van meer dan 62.934 EUR en die belast zijn met het dagelijks beheer van de onderneming of van een afdeling ervan die kan vergeleken worden met beheersverantwoordelijkheid voor de gehele onderneming. 3. Scholingsbeding (Bron: art. 22bis § 4 arbeidsovereenkomstenwet) Een scholingsbeding kan slechts worden afgesloten voor werknemers met een jaarloon van meer dan 31.467 EUR. 4. Borgtocht (Bron: art. 23 arbeidsovereenkomstenwet en art. 4 CAO nr. 41) Van de werknemer kan in bepaalde strikte gevallen een borgtocht gevraagd worden ter garantie van zijn verplichtingen tegenover de werkgever. Het bedrag van de borgtocht mag niet meer belopen dan respectievelijk één of drie maanden loon naargelang het jaarlijks loon niet hoger is of hoger is dan 37.721 EUR. 5. Opzeggingstermijnen bedienden 5.1 Overeenkomst m.b.t. de opzeggingstermijn vóór aanvang van de tewerkstelling. (Bron: art. 82, § 5 en 86/2, § 3 arbeidsovereenkomstenwet) Voor bedienden met een jaarloon van meer dan 62.934 EUR voor het eerste jaar van tewerkstelling kan de opzeggingstermijn te respecteren door de werkgever schriftelijk worden vastgelegd voor de aanvang van de tewerkstelling, waarbij wel de minimumtermijn voor lagere bedienden moet gegarandeerd worden. 5.2 Opzeggingstermijnen lagere bedienden (Bron: art. 82, § 2 arbeidsovereenkomstenwet) Voor bedienden met een jaarloon van minder dan of gelijk aan 31.467 EUR is de opzeggingstermijn die door de werkgever moet nageleefd worden gelijk aan 3 maanden per begonnen schijf van 5 jaar anciënniteit. Indien de opzeg uitgaat van de bediende, bedraagt de opzeggingstermijn 1,5 maanden gedurende de eerste 5 jaar anciënniteit, daarna maximum 3 maanden. 5.3 Opzeggingstermijn hogere bedienden contracten vóór 1 januari 2012 (Bron: art. 82, § 3 arbeidsovereenkomstenwet) Voor bedienden met een jaarloon van meer dan 31.467 EUR stelt de arbeidsovereenkomstenwet dat de opzeggingstermijn die door de werkgever in acht moet genomen worden, wordt vastgesteld hetzij bij overeenkomst, gesloten ten vroegste op het ogenblik waarop de opzegging wordt gegeven, hetzij door de rechter. De formule Claeys is hierbij het resultaat van de gemiddelde toegepaste opzeggingstermijnen en geldt in de praktijk dan ook als maatstaf voor het bepalen van de termijn te respecteren door de werkgever voor bedienden met een jaarloon van meer dan 31.467 EUR op het moment van ontslag of opzegging. Indien de opzegging wordt gegeven door de bediende, mag de opzeggingstermijn niet langer zijn dan vier en een halve maand indien het jaarlijks loon hoger is dan 31.467 EUR zonder 62.934 EUR te overschrijden, noch langer dan zes maanden indien het jaarlijks loon 62.934 EUR overschrijdt. 5.4 Opzeggingstermijn hogere bedienden contracten vanaf 1 januari 2012 (Bron: art. 86/2 arbeidsovereenkomstenwet) De opzegtermijnen voor bedienden met een jaarloon van meer dan 31.467 EUR waarvan de arbeidsovereenkomst is aangevangen vanaf 1 januari 2012 liggen vast. Bijvoorbeeld de opzegtermijn die de werkgever moet respecteren bedraagt 91 dagen (3 maanden) voor bedienden die minder dan 3 jaar in dienst zijn en de opzegtermijn die de bediende moet respecteren is vastgesteld op 45 dagen indien de bediende minder dan 5 jaar anciënniteit heeft. 5.5 Tegenopzegging door bedienden (Bron: art. 84 arbeidsovereenkomstenwet) De tegenopzeg door de bediende is gelijk aan 1 maand wanneer het jaarloon maximaal 31.467 EUR bedraagt, 2 maanden indien het jaarloon gelegen is tussen 31.467 EUR en 62.934 EUR en moet tussen partijen overeengekomen worden met een maximum termijn van 4 maanden bij een jaarloon van meer dan 62.934 EUR. 6. Sollicitatieverlof bedienden (Bron: art. 85 arbeidsovereenkomstenwet) Tijdens de opzeggingstermijn heeft de bediende recht op sollicitatieverlof om een andere betrekking te zoeken, meer bepaald één of tweemaal per week met een maximale afwezigheid van één arbeidsdag per werkweek. Bedienden met een jaarloon van meer dan 31.467 EUR kunnen hiervan maar ten volle gebruik maken de laatste 6 maanden van hun opzeggingstermijn. Voor deze termijn mogen zij slechts een halve dag per week sollicitatieverlof nemen. 7. Concurrentiebeding arbeiders en bedienden (Bron: art. 65, 86 en 104 arbeidsovereenkomstenwet) Een concurrentiebeding is in alle gevallen ongeldig indien het jaarloon bij ontslag een bedrag van 31.467 EUR niet overschrijdt. Voor werknemers met een jaarloon tussen 31.467 EUR en 62.934 EUR kan het bovendien enkel voor de functies vastgesteld bij sectorale CAO of in sommige gevallen met ondernemings-cao. Indien het jaarloon meer bedraagt dan 62.934 EUR kan het concurrentiebeding steeds worden toegepast, behalve voor de functies uitgesloten bij dergelijke CAO. Voor handelsvertegenwoordigers vindt een concurrentiebeding toepassing vanaf een jaarloon hoger dan 31.467 EUR.
|